Column Winston Gerschtanowitz: Hoop doet leven
Columns
/
Er zijn van die plekken in een dorp die meer zijn dan alleen een plek. Ze zijn een ritueel. Een gewoonte. Een zwakte zelfs. In Blaricum hebben wij er zo één: IJssalon De Hoop. En ja, ik geef het meteen maar toe: ik ben verslaafd. Niet aan iets duisters of ingewikkelds, maar gewoon… aan een bolletje ijs op een doordeweekse avond. Het begint altijd hetzelfde. We zitten thuis, alles is gedaan, de dag is voorbij. En dan kijk ik naar Benjamin. Hij kijkt terug. Zonder iets te zeggen weten we genoeg. Dit is zo’n moment. Zo’n moment waarop je jezelf wijsmaakt dat een bolletje ijs eigenlijk best kan. Sterker nog: dat het bijna hoort bij goed ouderschap. ‘Zullen we even…’ ‘Ja, even.’
Binnen drie minuten zitten we in de auto. Lopen kan natuurlijk ook, maar dat voelt toch minder als een missie.
Bij De Hoop aangekomen zie je het meteen: dit is geen gewone ijssalon. Dit is Blaricum in het klein. Mensen die elkaar kennen en even bijpraten. Kinderen met plakkerige handen, ouders die doen alsof ze “alleen een klein bolletje” nemen en vervolgens eindigen met drie smaken en slagroom.
De rij is altijd net lang genoeg om het gevoel te geven dat je iets goeds hebt uitgekozen, maar kort genoeg om niet af te haken. Perfect dus.
En dan komt het moment van de waarheid: smaken kiezen.
Benjamin neemt elke keer hetzelfde: een hoorntje met warme chocolade erin, een bolletje mango en een bolletje cookies.
Zelf houd ik het graag simpel. Althans, dat zeg ik tegen mezelf. Totdat ik voor de vitrine sta. Dan begint het. Twijfel. Overweging. “Pure chocolade, kaneel… of toch stracciatella?”
En voor ik het weet sta ik daar met een hoorntje dat qua formaat meer weg heeft van een klein kunstwerk dan van “even een bolletje”.
Wat De Hoop zo bijzonder maakt, is niet alleen het ijs. Het is het gevoel. Het idee dat je even stilstaat. Dat alles oké is. Dat je in een dorp woont waar dit soort kleine geluksmomenten gewoon om de hoek liggen.
En misschien is dat wel waarom ik het Benjamin zo moeilijk kan weigeren. En mezelf trouwens ook.
Want laten we eerlijk zijn: het gaat allang niet meer om dat ene bolletje.
Het gaat om samen even eruit. Om een klein avontuur op een gewone avond. Om het besef dat geluk soms verrassend simpel is.
En dat het, heel toevallig, vaak begint bij De Hoop.
Over de columnist
Winston Gerschtanowitz (Amsterdam, 1976) werd bekend via de soap Goudkust, de boyband 4Fun en was jarenlang het gezicht van RTL Boulevard. Later presenteerde hij onder meer The Voice of Holland en Dancing on Ice. Hij is ambassadeur van de Postcode Loterij en woont met zijn vrouw, actrice Renate Verbaan, en hun twee zonen in Blaricum. Het Gooi is voor hem geen decor maar dagelijks leven. En daar schrijft hij over.

Van het magazine
Magazine No.01
Dit artikel verscheen in de eerste editie van Gooisch Genieten. Het nieuwe lifestyle magazine voor iedereen die het beste uit het leven in het Gooi wil halen.
Deel op
Kopieer link




