Hoe Laren en Blaricum kunstenaarsdorpen werden
Cultuur
/
Wie nu door Laren of Blaricum loopt, ziet vooral statige villa's en gezellige terrassen. Maar ruim een eeuw geleden waren dit nog eenvoudige boerendorpen, met schaapskuddes op de hei en huisjes van plaggen en riet. Juist die eenvoud trok destijds tal van kunstenaars aan, van heinde en verre. Zo groeiden Laren en Blaricum uit tot echte kunstenaarsdorpen, met een naam die tot ver over de grens reikte.
Ontdekt door de schilders
Het begon rond 1870, toen schilder Jozef Israëls, een van de kopstukken van de Haagse School, Laren ontdekte. Hij raakte gecharmeerd van het landelijke leven en de weidse heide, en vertelde er enthousiast over aan zijn collega's. Al snel volgden anderen. In de jaren tachtig streek de bekende landschapsschilder Anton Mauve er neer, gevolgd door Albert Neuhuys, Hein Kever en vele anderen.
Wat de schilders zochten, was het onbedorven boerenleven. Ze schilderden de schaapskudde, het werk op het land en de eenvoudige interieurs met moeder en kind. Die taferelen bleken een schot in de roos, ook in het buitenland. De werken van Mauve waren zelfs bijzonder geliefd in Amerika, waardoor de term 'Made in Laren' een begrip werd in de kunstwereld. Het dorp stond op de kaart.
Van traditie naar vernieuwing
De schilders van het eerste uur werkten nog in een tamelijk traditionele, realistische stijl. Maar rond 1900 kwam er een nieuwe generatie naar het Gooi, die het impressionisme opzocht. Namen als Co Breman en Ferdinand Hart Nibbrig experimenteerden zelfs met het pointillisme, waarbij de verf in kleine stippen naast elkaar wordt aangebracht.
Nog opvallender was de derde generatie. Modernisten als Piet Mondriaan, Jan Sluijters, Leo Gestel en Bart van der Leck vonden hun weg naar Laren en Blaricum. Juist hier zette Mondriaan belangrijke stappen richting de abstracte kunst waar hij later wereldberoemd mee zou worden. Zo stonden deze dorpen niet alleen aan de basis van de traditionele Larense schilderkunst, maar ook aan het begin van de moderne kunst in Nederland.

Hamdorff en de bloei van het dorp
Een spilfiguur in die bloeiperiode was Jan Hamdorff, eigenaar van het gelijknamige hotel in Laren. Zijn etablissement werd hét trefpunt voor de kunstenaars, waar geslaagde en straatarme schilders, filosofen en vrijdenkers elkaar troffen. Hamdorff ondersteunde de schilders waar hij kon en organiseerde exposities, en droeg zo flink bij aan de reputatie van het dorp.
Ook van verder weg kwamen kunstenaars op Laren af. De Duitse impressionist Max Liebermann schilderde er vele zomers, en de Amerikaan William Henry Singer liet in 1911 het landhuis De Wilde Zwanen bouwen. Dat pand zou na de Tweede Wereldoorlog uitgroeien tot het bekende Singer Laren, nog altijd een van de belangrijkste musea van de regio.
Nog altijd zichtbaar
Wie goed kijkt, ziet het kunstverleden overal terug. Verspreid door beide dorpen staan nog tal van oude ateliers, herkenbaar aan de hoge ramen op het noorden, die de schilders het mooiste, gelijkmatige licht gaven. Verschillende straten zijn naar de kunstenaars vernoemd, en via de kunstbordenroute door Laren en Blaricum kun je precies zien waar de beroemde schilderijen ooit zijn gemaakt.
En natuurlijk is er Singer Laren, waar het werk van de Larense School nog altijd te bewonderen is. Zo blijft het rijke kunstverleden van deze dorpen levend, en dat is maar goed ook. Want zonder de schilders van toen zou het Gooi er vandaag heel anders uit hebben gezien.
Deel op
Kopieer link








